Column
De verklaring van de plaatsnaam Ekeren: aker, eik of beek?
15 oktober 2010
Een column door Wim Van Osselaer
Nergens op internet vindt men de verklaring van de plaatsnaam Ekeren terug. Als partij die de eigen volkse cultuur en geschiedenis hoog in het vaandel draagt, achtten we het dan ook nuttig op onze webstek onze bezoekers enige informatie te verstekken betreffende de oorsprong van de plaatsnaam Ekeren. Alleszins is het duidelijk dat er doorheen de jaren veel verklaringen omtrent de oorsprong van de plaatsnaam Ekeren werden neergeschreven. Zelf zijn we uiteraard geen etymologen en onthouden we ons dus van enig standpunt of oordeel terzake. We wenden ons dus tot heemkundige tijdschriften en boeken. Het is dan maar aan de lezer uit te maken welke verklaring hij het meest waarschijnlijk … of sympathiek vindt.
In ‘Polderheem’, het tijdschrift van de Heemkundige kring van de Antwerpse Polder (29e jaargang, nr. 4, 4e kwartaal 1994) staat een tekst afgedrukt uit een geschiedkundig boek van 1855 van auteur E.H. DE Meyer “Beschrijving van het dorp Berendrecht 1855”:
“Eeckeren is den naem van een zeer oud, schoon, en groot dorp, wezende de hoofdplaats van het kanton, ook alzoo genaemd, in de provincie en distrikt van Antwerpen. Aengaende den oorsprong van dezen naem heeft men doen voortkomen van Akkeren of landgronden, maar de inwooners van Eeckeren schryven de benaming toe aan brouweryen, die daer eertyds zouden bestaen hebben, en dat de akers, die men daer in gebruykt, aen de plaets den naem van Aeckeren zouden gegeven hebben, welk woord later in Eeckeren is veranderd. Hun gevoelen wordt gestaefd door tweederhande bewyzen: ten eerste doordien men het zelven in oude geschriften uytgedrukt vindt met den naem van Aeckeren. De eerste reden bewyst niets, en wat de tweede betreft, wy zullen aenstonds toonen van hoe weynig gewigt zy is, en doen blyken dat het gevoelen, volgens welk de benaming Eeckeren van de Akers der brouweryen zou voortkomen, al zoo verre gezocht is, al dat van Gramaye, die deze benaming wil toeschrijven aan het ijken der maten, hetgeen zoo hy beweert, daar eertijds plaets had. Den geleerden en oudheydkundigen heer Christianus Besseleers, voorheen Pastoor in Santvliet, alwaer hy ten jare 1824 overleden is, gaet den oorsprong van de benaming nog veel verder zoeken, te weten in Denemarken, zeggende, dat de Noormannen die in de negende eeuw in deze landen kwamen ingevallen, de plaets van welke hier gehandeld wordt, genaemd hebbende met Eckerfort gelegen in Denemarken omtrent de Baltische-Zee.
Wy behoeven zoo verre niet te gaen naer hetgeen wy te huys hebben, want wy vinden den oorsprong te Eeckeren zelf. Men weet dat ons land in de oudste tyden voor een groot gedeelte uyt bosschen bestond, en dat deze bossschen, als mede het hout gewas en de boomen, zoo in het algemeen, als in het byzonder de benamingen van vele plaetsen hebben te wege gebragt. Hieruyt kan men met de grootste waerschynlykheyd gissen, dat Eeckeren den oorsprong zyner benaming schuldig is aen eene plaets waar eyke boomen groeyden, by of omtrent welke het dorp zyn begin genomen heeft; immers de eyke boomen zyn ook van oude tydenEycken of Eecken genaemd geworden, gelyk men aen hunne vruchten den naem van Eyckelen of Eckelen geeft. Het is waer dat men eertyds het dorp ook aenduydde met den naem van Aeckeren, gelyk ik zelf in een notarieel schrift van het jaar 1469 gezien heb; maer men moet weten dat Aekeren of Aekerboomen de zelfde bedienis hebben als eyken of eykenboomen en daerom schreef men eertyds den naem van die plaets verschillig: de eene schreven Aeckeren en de andre Eyckeren, doch de laetste uytdrukking was gemeener en heeft eyndelyk den voorrang behaeld.”
De verschillende verklaringen die dhr E.H. De Meyer weergeeft zijn dus:
a) voortkomend van ‘ackeren’ of landbouwgronden, waarop men koren en tarwe won;
b) verwijzing naar de brouwerijen die er eertijds bestonden;
c) het ‘ijken’ der maten (mening van Gramaye);
d) benaming van de Noormannen, in overeenstemming met een Eckerfort aan de Baltische Zee (mening van E.H. Christianus Besseleers);
e) de eigen mening van E.H. De Meyer: verwijzing naar de eiken die groeiden in de omgeving van Ekeren.
In het boek ‘Portret van Ekeren’ van F. Bresseleers en H. Kanora (uitgave gemeentebestuur Ekeren, 1973) vindt men naast een verwijzing naar de tekst van E.H. De Meyer) nog een hele reeks andere verklaringen terug:
“2. Hendrik Peeters in zijn weinig wetenschappelijk werk “Oorsprong der namen van de gemeenten en gehuchten der provincie Antwerpen, 1892” wil nagenoeg al onze gemeentenamen afleiden van Germaanse persoonsnamen. Volgens hem zou de oorspronkelijke schrijfwijze van Ekeren de zwakke genitief van akker geweest zijn. Dit is de oude Germaanse persoonsnaam Akkerman, die nog voortleeft in de familienamen Akkerman en Akkermans.
3. E.H. pastoor Goetschalckx, onze vroegere geschiedschrijver, wil in zijn “Kerkelijke Geschiedenis van Eeckeren”, blz. 5, de benaming Ekeren verklaren door “hoek”. Hij schrijft o.m.: Ekeren was een vooruitstekende hoek tussen de Polderlanden, gelegen in een hoek van ’t land van Strijen, ook in een hoek van het bisdom Luik. Ekeren was aldus een waar hoekdorp, bestuurlijk en kerkelijk opgesloten in een hoek. In de oude Gotische taal van de 5e, 6e en 7e eeuw werd het woord “hoek” weergegeven door “Ec, Hec, Eec, Eeck”. Is dat niet, zo vraagt Goetschalckx, het wortelwoord van Ek-eren?”
4. J.B. Stockmans in “Bijdragen tot de Geschiedenis van het aloude hertogdom Brabant, I, p. 29” vermeldt dat in een schepenakt van Antwerpen in het jaar 1263 sprake is van een vrijgoed, gelegen in de polder van Steenborgerweert, nabij een waterloop “Ekrene” genaamd. In een aantekening drukt J.B. Stockmans het vermoeden uit, dat de gemeente Ekeren haar naam ontleend heeft aan deze rivier.
5. Cl. Buvé in de krant “De Morgenpost” dd. 25 juli 1923 beweert: “In vroeger tijden zegde men niet eikel of eekel, maar wel eeker. Te Moerke-Kerkhem bestaat een wijk Eeckerenberg, waar men vroeger ging eekeren of eekelen rapen. Iets van dezelfde aard ligt aan de oorsprong van het dorp Eekeren bij Antwerpen”.
6. Heinrich Pottmeyer, destijds bediende bij de stadsbibliotheek te Antwerpen, leverde in “Bijdragen, V, 1906” blz. 396-408 en 511-525, een uitvoerige studie over de betekenis van de naam Ekeren. Hij ontbindt de oude schrijfwijze van onze dorpsnaam in twee delen: Eeck + erna of erne. Het eerste deel Eeck betekent ongetwijfeld eik, en het tweede deel erna of erne heeft dezelfde betekenis als “aert”. Ekeren zou, volgens hem, een eik-aard geweest zijn, dit is een met eikenbomen begroeide grond, die niet alleen om zijn hout, maar ook om zijn geschiktheid als voederplaats voor de zwijnen gehouden werd. Maar … in 1929, ruim twintig jaar na het verschijnen van deze bijdragen komt H. Pottmeyer zelf op de kwestie terug in “Bijdragen XX” blz. 1991. Hij meent dan, dat hij zich vroeger vergist heeft en zegt: “Ekeren heeft zijn naam ontleend aan het riviertje Akerna of Ekerne. Dit riviertje is het huidige Schoon Schijn, gelegen ten noorden van het dorp Ekeren.”
7. Prof. J. Mansion in zijn wetenschappelijk werk “De voornaamste bestanddelen der Vlaamsche Plaatsnamen”, uitg. 1935, meent dat de naam Ekeren-Akrena van Keltische oorsprong en een waternaam is. Het riviertje waaraan Ekeren zijn naam ontleende zou volgens hem het huidige Schoon Schijn zijn. Bij deze laatste verklaring verwijst hij naar Pottmeyer als bron. We zullen verder aantonen dat én Pottmeyer én Prof. Mansion bij het situeren van de rivier Ekerne totaal foutief zijn.
8. Kan Dr Floris Prims, die in zijn “Geografisch historische Gids van het Albertkanaal” op blz. 32 enkele plaatsnamen tracht te verklaren, zegt over Ekeren beknopt: “Ekeren = Equoranda, naar de Ekerne of Laarsebeek. Equoranda betekent watergrens in het Keltisch; dus omtrent dezelfde betekenis als Merksem (marksheim of grensstede)”. Een meer uitvoerige verklaring van deze beknopte formulering heeft Fl. Prims gegeven in een bijdrage die verscheen in “De Gazet Van Antwerpen” dd. 4-5 april 1936. Hij schrijft o.m.: “Ere-archivaris Vannérus heeft in “Namureum”, het tijdschrift van de Société archéologique van Namen jg. 1935, nr 3, een studie laten verschijnen over de plaatsnaam Equoranda en zijn vervormingen. Aldaar brengt hij ook – en wij menen terecht, aldus Fl. Prims – Ekeren te pas. Equoranda is een Keltisch woord dat watergrens betekent. Men heet de naam Equoranda in allerlei omvormingen teruggevonden doorheen het oude Gallisch-Romeinse gebied… Volksetymologie zet het niet meer begrepen oude woord over in een gelijkklinkend en welbegrepen woord. Zo vindt men o.a. de volgende woorden, die op Equoranda teruggaan: Aiguirande, les Girondes, la Durande, l’Hirondelle, Girondelle, Heredia en Hérende… In een akte van 1263 lezen we over een water, dat de Ekerne heet. Het wordt ons duidelijk dat deze rivier geen ander is dan onze Laarsebeek. Waar deze waterloop geen grens is, vanaf Steenborgerweert tot bij de monding van de Schelde, heet ze de Olme. Maar boven de Olmebrug heet het watertje de Ekerne, want daar is het een Equoranda of grensscheidingsbeek”. Ekeren en Merksem beduiden aldus (volgens Fl. Prims) hetzelfde: grens-stede. Het mocht ook wel, bij die schromelijke en zonderlinge insprong van het bisdom Luik, dat men het element “grens” in het bijzonder opmerkte”, zo voegt hij erbij.
Categorie: plaatsnaam